Tevreden uitzien naar de Wederkomst

Gisteren zat ik door een paar oude fotoboeken te bladeren. Mijn levensjaren in foto’s afgebeeld: verjaardagen, uitjes, de eerste schooldag, veel kwam voorbij. Er viel me iets op. Ik was een tevreden kind.

Het confronteerde me met het feit dat ik bij vlagen ontevreden kan zijn. Tevreden zijn met het leven en de kleine dingen, dat is voor mij minder de uitdaging. Ik geniet van de zonnestralen op mijn huid, ook wanneer ik me niet goed voel, en van de verse oregano uit de tuin, ook wanneer de oogst van de rode bietjes is mislukt. Maar wat wel een bron van ontevredenheid kan zijn: mijn eigen werk. Ik ben nogal streng voor mezelf en kan ontevreden zijn over een geschreven document, terwijl ik weet dat het echt genoeg zal zijn. Het legt een onderliggend verlangen naar het altijd beter willen doen bloot. Een soort consumumentisme van het perfectionisme. Het is voor mij zoeken naar de balans tussen streven naar genoeg en toch tevreden zijn als het als weinig voelt.

Als ik ontevreden ben over mezelf, mijn werk, de wereld of de onrechtvaardigheid die ik observeer, zie ik uit naar de wederkomst, wanneer alles goed gemaakt zal worden en God recht zal spreken. Maar ik wens ook nu tevreden kunnen zijn en wil het niet afdoen met ‘later zal alles goed zijn’. Ook nu wil ik streven naar het goede, totdat Jezus terugkomt, wetende dat het pas echt perfect is als Hij komt. In Als God een vraag is schetst André F. Troost een hoopvol beeld van de wederkomst in een gedicht waarvan ik graag een kort gedeelte met jullie wil delen.

 

De Wederkomst in Mokum.

“…Uit alle hoeken kroop oude schuld.

Schaduwen gaven schande uit handen. Ik stond verloren.

Als nooit tevoren tastte ik in de nacht – totdat het licht opging.

Stralen van liefde glansden als lampen. Geen rampen

geselden de stad. Vliegtuigen daalden als vogels

zacht op het Rokin. In verwondering groetten wij elkaar.

En niemand, niemand vroeg waar dit alles om was.

Met open monden stonden wij, wetend: dit is de dag!

En ik zag en zie, toen lachte de hemel boven de Dam

En ik knielde en ik loofde eerbiedig het Lam.

En ik herkende naast mij, een kind-

de haren verwaaid in de hemelse wind

En het zei wat ik dacht:

het leven

begint!'”

 

Troost, A.F. (2019). Als God een vraag is.