Zijn we wel volwassen?
Laatst hoorde ik een mooie definitie van volwassenheid: jezelf kunnen accepteren én tegelijk oog houden voor de ander.
Dat ‘oog houden voor de ander’ betekent ook verantwoordelijkheid nemen voor je keuzes. Waar een kind vooral impulsief leeft – gericht op zichzelf en het moment – kan een volwassene verder kijken. We overzien gevolgen, maken bewuste keuzes, en dragen verantwoordelijkheid, ook als niemand toekijkt.
Volwassenheid draait om drie dingen: zelfacceptatie, autonomie en relationaliteit. Jezelf kennen en accepteren. Zelf keuzes maken, in vrijheid. En tegelijk in verbinding staan met anderen.
In dat licht krijgt duurzaam leven ineens een andere lading. Het voelt soms als iets dat moet – iets wat we onszelf opleggen om een ‘beter mens’ te zijn. Maar als je het benadert als een plicht van buitenaf, dan wordt het weer een vinkje op de lange to-do lijst van het moderne leven. En daarmee doe je jezelf tekort.
Duurzaam leven hoeft geen beperking te zijn. Het kan juist een uitdrukking zijn van volwassenheid: een autonome, bewuste keuze die voortkomt uit verbondenheid met anderen. We hoeven niet perfect te zijn. Maar we kunnen wél verantwoordelijkheid nemen voor de invloed die we hebben – op mensen, op de aarde, op de toekomst.
“Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander.” – Filippenzen 2:4








