Leerling van Jezus zijn
Een groot thema onder christenen is je identiteit in Christus. Dat, wanneer we geloven in God, we bij Hem horen en onze identiteit verandert van een zondig mens in een kind van God. En dat niets daar dan nog iets aan kan veranderen. Ook buiten het christelijke wereldje speelt identiteit een grote rol. Zowel op rechts als op links, waar interesse in duurzaamheid vaak automatisch gepaard gaat met een hele riedel standpunten die je geacht wordt te onderschrijven.
In de Bijbel is Jezus volgen echter allesbehalve een identiteitskwestie. Beroemd is de uitspraak van Johannes de Doper uit Mattheüs 3:8-10:
“… Denk niet dat u bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader; want ik zeg u dat God zelfs uit deze stenen voor Abraham kinderen kan verwekken.”
Dat betekent niet dat identiteit er niet toe doet. Jezus werd niet zomaar geboren als Jood, temidden van het volk Israël, in het land dat God aan Abraham, Izaäk en Jakob beloofd heeft. Als geloven echter niet meer is dan het uitspreken van een belijdenis, en Gods verbond niets meer dan een voorkeur voor mensen met een bepaalde etnische of politieke identiteit, belanden we in een apocalyptische cultuurstrijd tussen goed en kwaad waarbij al het andere verbleekt. En waarin recht doen aan de aarde niet meer dan een optie is.
De grote opdracht van Jezus is daarentegen om leerlingen te maken, niet door hen een theologie te onderwijzen maar door hen te leren om te leven net als Jezus, volgens de ethiek van Gods verbond. Wanneer je zo gelooft, draait het niet meer om een innerlijke worsteling met ons geweten – de klassieke uitleg van Paulus’ brieven. Integendeel, het geloof verandert van een identitaire kwestie in een ethische kwestie. Je bent geen christen, je kiest christelijk. Om Jezus’ voorbeeld te volgen om te leven van genoeg – of niet. Dan hoef je het niet over alles eens te zijn, maar kun je wel ontspannen het gesprek aangaan over kleine stapjes vooruit naar Gods koninkrijk.


