Klimaatschappij
De afgelopen verkiezingscampagne kende een opvallende afwezige: het klimaat. Eén van de grootste thema’s van onze tijd kwam nauwelijks ter sprake bij de Tv-debatten of in de partijreclames. Is dat erg?
Ja en nee. Natuurlijk is het klimaatprobleem niet verdwenen. De aarde warmt nog steeds verder op, de biodiversiteit wordt op veel plekken bedreigt en we consumeren meer dan goed voor ons is. Dit lijkt nog te worden versterkt door landen als de VS die zich van internationale duurzame samenwerking afwenden.
Dat is echter niet het hele verhaal. Toen het klimaat middenin de politieke belangstelling stond, was het ook brandstof voor maatschappelijke polarisatie. Activisten vonden dat het niet ver genoeg ging, sceptici hadden het idee dat hen wat opgedrongen werd. De welwillenden stonden soms verweesd tussenin.
Scherpe tegenstellingen komen het klimaat niet altijd ten goede, zeker niet als het gaat om de duurzaamheid van de politieke gemeenschap. Daarom kan het ook behulpzaam als het thema duurzaamheid een tijdje gedepolitiseerd raakt.
Depolitisering hoeft niet te betekenen klimaatbeleid verdwijnt, eerder dat we er niet voortdurend over discussiëren. In de luwte van de politiek kan vervolgens misschien wel iets moois groeien. Bijvoorbeeld het inzicht dat klimaat over meer gaat dan warmtepompen en vliegbelastingen.
Klimaat betekent levenssfeer. Dat gaat natuurlijk over de temperatuurregulatie op aarde. Maar het gaat ook over de wijze waarop mensen onderling, en die mensen als geheel met hun omgeving omgaan. En dat laatste, die omgang, heeft invloed op het eerste, de temperatuur.
Willen we wat aan die temperatuurstijging doen moeten we het niet alleen hebben over ‘klimaatregelen’, maar ook over de ‘klimaatschappij’. Aandacht voor elkaar en onze directe natuurlijke omgeving is minstens zo belangrijk als het halen van targets en doelstellingen.
Een beetje minder discussie zou best eens kunnen helpen de aandacht te verbreden. Voor elkaar, voor onze omgeving, voor het klimaat.



