Kerst: een overvloed aan genoeg
Over een paar dagen vieren we dat God Zelf naar de aarde gekomen is om tussen de mensen te wonen. Het is een overbekend verhaal, en het lijkt moeilijk om nog een originele invalshoek te vinden om het te vertellen. Vaak wordt de nadruk gelegd op de kwetsbaarheid of de lage sociale status van baby Jezus. Een baby, geboren in het gezin van een eenvoudige timmerman/bouwvakker.
Kwetsbaarheid wordt in de Romeinse cultuur en ook haar opvolger, de moderne Westerse cultuur, gezien als zwakte en iets slechts. Zo hoort het niet. Het feit dat God zo’n vorm kiest om mens te worden is in die context een spannende, interessante keuze. Toch biedt het verhaal ook andere opties voor interpretatie. Een stal met kribbe, of eigenlijk een schuilgrot voor herders, was een rustige plek om te bevallen. En kennelijk was deze eenvoud ook genoeg voor God, net als een leven als timmerman. Jezus had alles wat hij als kind nodig had, niet meer en niet minder.
God is niet gekomen als landbouwer, die de aarde naar zijn hand zet en onderwerpt om volledig de mens te dienen. Hij is ook niet gekomen als handelaar, die allerlei snuisterijen verkoopt en daarmee veel geld verdient dat je kunt verkwisten aan allerhande hippe maar nutteloze producten. Zou het kunnen dat de eenvoud en de creativiteit, het leven van genoeg, het voorbeeld is dat het Kerstverhaal ons geeft om na te volgen?


